1. Als u een kortingscode heeft, kunt u deze hier invullen

De exacte datum

Het kasteel “De Ruwenberg” dateert uit de 14e eeuw en biedt al vele eeuwen een rustgevend onderkomen aan kenniszoekers. De exacte datum van oorsprong is onbekend, maar op de wijzerplaat van het bewaard gebleven uurwerk staat het jaartal 1337. In 1884 als het kasteel eigendom is van de fraters van Tilburg, dreigt de toren in te storten tijdens een hevige storm.

Dankzij de goede gewoonte van vaklui om de kap van een kerk, toren of een kasteel, die door hen is voltooid te merken met hun monogram en het bijbehorende jaartal, komt men tijdens herstelwerkzaamheden de volgende jaartallen tegen: 1337 gebouwd, en 1851 gekocht. Er wordt dan bijgezet: 1884 nieuwe spits!

Rond 1300 wordt in heel Europa de tijd nog vastgesteld met zandlopers, die op hun beurt weer geijkt worden met zonnewijzers. Mechanische uurwerken, zoals die in de toren van De Ruwenberg worden pas in het begin van de 19e eeuw uitgevonden.

De grote Ruwenberg na 1820

De grote Ruwenberg in 1820, dit opschrift vinden we onder een pentekening uit die tijd. Het is de oudst bewaard gebleven tekening waarop de toren van De Ruwenberg te zien is met een wijzerplaat. Op de wijzerplaat staat echter het jaartal 1337. Dat is heel bijzonder.

In 1852 richt Zijne Doorluchtige Hoogwaardigheid Joannes Zwijsen, Bisschop van Gerra en Apostolisch Vicaris van ‘s-Hertogenbosch, het opvoedingsgesticht “Huize Ruwenberg” op. 6 Oktober 1852 arriveren de eerste 61 leerlingen, waarvan 4 uit Gelderland en 57 uit Brabant.

Een bijzonder kasteel aan de Dommel

Het kasteel, een adellijk woonhuis waar het goed toeven is, is verscheidene keren van eigenaar veranderd. Zo is de familie van Thuyl eigenaar gedurende de periode van 1375 tot 1455 en de heren van Ravenschot van 1527 tot 1655.

Tijdens de Hollandse Oorlog, uitgebroken in 1672, werd de kapel van de Ruwenberg vooral in besloten kring gebruikt. In 1834 vestigt Mrg. den Dubbelen zich op de door de kerk aangekochte Ruwenberg. Een tuinhuisje, vijvers en een bloementuin worden aangelegd. Het kasteel bestaat dan beneden uit twee kamers, een ontvangstzaal, een keuken en een provisiekamer. Boven bevinden zich zes slaapkamertjes en achter de toren een aanzet tot de bouw van een kapel.

Brand in 1866
Tot twee maal toe is de Ruwenberg aan een ramp ontkomen. De eerste keer in 1866 woedt er een felle brand op zolder die gelukkig op tijd kan worden geblust. In 1911 komt men met een groot uitbreidingsplan waarbij men het ‘oude’ gedeelte van de Ruwenberg geheel wil slopen. In 1940 is het dan zover, maar breekt de Tweede Wereldoorlog uit. Na de oorlog vindt men de uitbreidingsplannen behoorlijk verouderd en in 1968 wijst het gemeentebestuur erop dat de bakstenen toren op de monumentenlijst staat en dus niet gesloopt mag worden. Zo blijft het gebouw op het laatste moment toch nog gespaard.

Van kasteel tot seminarie

In het jaar onzes Heren 1852 richtte Zijne Doorluchtige Hoogwaardigheid Johannes Zwijsen, Bisschop van Gerra en Apostolisch Vicaris van ‘s-Hertogenbosch het opvoedingsgesticht “Huize Ruwenberg” op.

Het voornaamste doel van dit Instituut was, om jongelingen boven de zeven en beneden de twaalf jaar door een godsdienstige opvoeding en het onderricht in de Nederlandse en Franse taal voor te bereiden op de studie der Humanoria in het Seminarie. Vanaf 6 oktober 1852 kwamen de eerste leerlingen aan. Het waren er 61, waarvan 4 uit Gelderland en 57 uit Noord-Brabant. Men kon later met voldoening constateren, welk een hoge vlucht het Instituut “Huize Ruwenberg” had genomen.

Het is gekend en erkend in het gehele land en zelfs ver daarbuiten. Zijn talrijke oud-leerlingen kon en kan men vinden in alle kringen van Kerk en Staat. En allen wedijveren in erkentelijkheid jegens de Eerwaarde Fraters, wier verdiensten als leraren en opvoeders niet licht te hoog worden geschat.